Jean-Léon Gérôme: Het tijdperk van Augustus, de geboorte van Christus

ArtWay beeldmeditatie Kerst 2021 www.artway.eu
Een wit doek  en Jean-Léon Gérôme:
Het tijdperk van Augustus, de geboorte van Christus 

 

Lukas kiest een doek

 

door Jan Mudde 

Eén voor één loopt Lukas in de stille zaak de nog onbeschilderde sneeuwwitte doeken langs. Bij een klein doek blijft hij staan. Hij doet een pas achteruit, knijpt zijn ogen toe en tekent in gedachten de donkere kraamkamer uit: het interieur van een stal, het kind in de voederbak, daarbij de ouders. Als hij het tafereel voor zich ziet, schudt hij verwonderd zijn hoofd. Het heeft iets van een geheimenis, een onwerkelijk, onbestaanbaar geheimenis: dit kind, deze zwerveling en ontheemde, brengt mensen thuis; deze armoedzaaier maakt mensen rijk. Onwillekeurig fluit hij zachtjes de woorden van het ‘Komt, verwondert’ voor zich uit: ‘Ziet, die ’t woord is zonder spreken, ziet, die vorst is zonder pracht, ziet, die ’t al is in gebreken….’ Hij neemt het kleine doek in handen en knikt goedkeurend. Bij een zo nietige geboorte past een eenvoudig schilderij van bescheiden omvang.

 

Terwijl Lukas zich met het doek naar de kassa begeeft, verspringen zijn gedachten van het geboorteuur naar hetgeen vervolgens in de vroege ochtend gebeurde. Maria had verteld dat een stel ongewassen, onbehouwen kerels de stal waren binnen gestommeld. Zwaar wasemden ze de geur van verse mest uit. Ze was ervan geschrokken. Wat moest dat schorriemorrie bij haar in de stal? Maar toen de herders hun verhaal deden en zij in hun ogen de naglans zag van het licht dat hen omstraald had, maakte dat zo’n diepe indruk op haar, dat ze hun woorden één voor één in haar hart gesloten had. Herders …, Lukas trekt een pijnlijke grimas. Eerlijk gezegd vormden ze voor hem één pot nat met straatschoffies, dronkaards en zwervers. Dat uitgerekend zij de eerste getuigen mochten zijn van het grootste geheim dat de aarde ooit heeft geherbergd (nu ja, geherbergd). Geen intellectuelen, geen kunstenaars, geen koningen, priesters of profeten, zelfs geen artsen. Hij herinnert zich dat niemand minder dan Paulus – en wie had ooit zo’n diep inzicht in dit geheimenis ontvangen als hij – helemaal in extase kon raken over uiterst gênante details als deze. ‘Het is zijn handelsmerk, Lukas, zijn handelsmerk! Wat niets is, wat onbeduidend en veracht is, dat kiest Hij uit om wat wél iets is teniet te doen. Hij kiest wat dwaas is uit om wat wijs is te beschamen.’ Het is duidelijk, die herders moeten ook op zijn schilderij, of Lukas het nu leuk vindt of niet.

 

Omdat op dit kleine doek geen plaats is voor de herders, zet Lukas het terug en begeeft hij zich naar de wat grotere doeken. Maar nog voor hij die bereikt heeft, schiet hem de geboorteaankondiging van de hemelse boodschapper te binnen. Feestelijk riep die de herders toe: ‘Vandaag is in de stad van David eindelijk jullie redder geboren. Hij is de Messias, de Heer!’ Lukas is zich maar al te goed de enorme zeggingskracht van deze woorden bewust. Hun verreikende, zelfs subversieve strekking is hem volstrekt duidelijk. Dit kind is een koningskind. Zijn geboorte is het cumulatiepunt van al Gods beloften, die onlosmakelijk verbonden zijn met koning David en Israël, met de woorden van zieners en profeten.

 

En Lukas beseft: Ook hier moet ik iets mee. Alleen de stal, het kind en de herders, dat is vragen om misverstanden. Mensen zullen denken dat het kind als een komeet uit de hemel is komen vallen. Een frons trekt over Lukas’ gezicht: ‘Maar hoe geef ik ooit uitdrukking aan dat eeuwenoude perspectief, die lijn van Gods beloften?’ Een frons trekt over Lukas’ gezicht: ‘Maar hoe in de wereld geef ik uitdrukking aan dat historische perspectief, die lijn van Gods beloften?’ Dat kan alleen op een nog groter doek, met daarop niet alleen de stal en de herders, maar ook de Davidsstad, Bethlehem.

 

‘Doet u deze maar,’ zegt hij even later bij de kassa. De eigenaar van de zaak zegt voor de grap: ‘Ik heb ze in nog groter maten, hoor.’ ‘Nog groter? Nee, deze is groot gen …’. Lukas breekt zijn zin af. Verhip, die man brengt hem op een idee. ‘Wacht even,’ mompelt Lukas, ‘laat me nog even nadenken.’

 

Groot, groter, grootst … Lukas moet opeens denken aan de allergrootste van de Romeinse keizers, Augustus zelve. Van 27 jaar voor tot 14 jaar na Christus zwaaide hij de scepter over het Romeinse Rijk. Augustus, ‘Verhevene’, die erenaam had de Romeinse senaat hem gegeven. Naar hem was zelfs één van de maanden van het jaar vernoemd – hoever kun je het brengen! Hij was het die de census had uitgeschreven door welke Jozef en de hoogzwangere Maria naar Bethlehem waren afgereisd. Door zijn toedoen was het kind dus in die stal geboren. Plots schiet Lukas in de lach, de verkoper schrikt ervan. ‘O God,’ denkt Lukas ‘o God, wat een regie, wat een humor: Augustus, de Verhevene, als figurant in het blijspel dat de geboorte van Jezus Christus is! De keizer naar wie een maand van het jaar is vernoemd, krijgt een bijrol in het geboorteverhaal van degene om wie uiteindelijk heel de jaartelling draait! Christus is de zon en de grootste Romeinse keizer niet meer dan een piepklein planeetje dat om Hem heen draait!’

 

Opgetogen loopt Lukas naar het grootste doek dat er in de zaak staat. Zonneklaar, Augustus moet er ook op. Zodat in één oogopslag de ware grootheid van dit kind zichtbaar is.

 

Als Lukas iets later de verkoper vraagt hem het grootste doek thuis te bezorgen, merkt die nieuwsgierig op: ‘Ik zag u zo drentelen en dubben en vroeg me af: Wat gaat het worden?’ ‘Ach, meneer’, antwoordt Lukas, ‘Kerst …, je verkijkt je er op. Het is altijd weer groter dan je denkt.’

Ziehier, zo’n schilderij met Augustus en de pasgeboren Jezus erop bestaat dus echt. Het is gemaakt in 1852-1854 door de Franse kunstenaar Jean-Léon Gérôme (1824-1904) en is getiteld Het tijdperk van Augustus, de geboorte van Christus.

 

Het is een groot historiestuk waarop heel veel gebeurt. Keizer Augustus zit boven in het midden als triomfator, getooid met lauwerkrans. Achter hem zien we de tempel van Janus, de God van het begin en het einde. Hij legt zijn hand op de schouder van een man die de stad Rome personifieert. Rondom hem staan staatslieden en geleerden, terwijl op de voorgrond de volkeren hem hun eer bewijzen. Helemaal onderaan, maar wel in het midden, zien we Jozef, Maria en een engel met opgeheven handen de pasgeboren Jezus aanbidden. Deze serene scene staat in scherp contrast met haar omgeving.

 

In 1852 ontving Jean-Léon Gérôme een opdracht van de Franse staat voor een wandschildering met daarop een allegorisch onderwerp naar keuze. Hij dacht wellicht met zijn gekozen onderwerp Keizer Napoleon III te strelen, die niet gespeend van grootheidswaan ook wel de nieuwe Augustus werd genoemd. Je zou denken dat Gérôme de geboorte van Jezus zag als een minutieuze voetnoot bij de verhevenheid van de Romeinse (en Franse) keizer. Toch valt de kleine devotiegroep niet helemaal in het niet bij het Romeinse machtsvertoon. Gérôme lijkt met opzet de twee historische hoofdrolspelers tegenover elkaar te zetten. Hij laat de keuze aan de kijker.

Jean-Léon Gérôme: Het tijdperk van Augustus, de geboorte van Christus, 1852–1854, olieverf op doek, 38.1 × 55.2 cm. Getty Museum, Los Angeles, USA.

 

Drs. Jan Mudde is predikant van de NGK van Enschede. Eerder gepubliceerd in Opbouw, tijdschrift NGK (Nu Onderweg).

 

***